Duale driehoek: over rollen, ongemak en verkiezingen
Laatst sprak ik een burgemeester. Hij vertelde dat het steeds ingewikkelder wordt hoe je je moet opstellen als de gemeenteraadsverkiezingen zijn geweest en het coalitieproces op gang komt.
Je bent immers burgemeester van allen. Maar ja, je hebt ook nog een verantwoordelijkheid als bestuursorgaan en je kan er ook nog wat van vinden, bijvoorbeeld continuïteit in bestuurlijk handelen.
Het handelingsrepertoire verschilt, afhankelijk van de eigen rolopvatting en
de positie die je in dat speelveld wordt gegund. Tijdens de coalitievorming op vakantie gaan is daarbij geen optie, zo bleek tijdens een bijeenkomst van burgemeesters, griffiers en gemeentesecretarissen.
De duale driehoek, of welke samenwerkingsvorm dan ook, stond daar centraal. Op de stelling ” tijdens de coalitievorming gaat de burgemeester met vakantie”, reageerden nagenoeg alle daar aanwezige burgemeesters afwijzend. Overigens zag een enkele gemeentesecretaris en griffier, het wel als een wijze optie.
Over rollen en verwachtingen gesproken…….
De werkbijeenkomst waarop ik doel, ging over leiderschap én de rol van het drietal voor en na de verkiezingen. Eerst nu maar eens over leiderschap.
De roep om leiderschap, ook in gemeenteland, lijkt steeds groter te worden. Maar waar gaat het dan over en hoe geef je dat vorm in de lokale democratie? Tijdens de ochtend van die studiedag bekroop mij de gedachte dat het driemanschap (sorry dames, het zijn toch nog vaak mannen) – burgemeester, griffier, gemeentesecretaris – eigenlijk de ideale combinatie is om het presteren van de raad tot grote hoogte te brengen. Als je naar ieders rolopvatting kijkt, vormen zij bij uitstek de combinatie om de raad goed te faciliteren in zijn werk. Leiderschap op de achtergrond. De burgemeester laat leiderschap zien op het proces, de gemeentesecretaris op inhoud en de griffier op relatie. Een belangrijk deel van de aanwezigen kon zich namelijk vinden in deze stellingen. En u weet, juist de combinatie van deze drie rollen en invalshoeken leidt tot een grotere effectiviteit van handelen. Bovendien leiderschap in de uitdrukking van “de leider”, past niet in onze westerse verhoudingen of leidt tot wel heel ongewenste situaties. Zou dat overigens ook de reden zijn dat “commissies van wijzen” nogal eens uit drie leden bestaan?
Mooi, probleem opgelost, zou je denken. Maar dan begint de worsteling en het daarmee gepaarde ongemak pas.
Het speelveld waarin alle drie zich bewegen verschilt, er zijn overlappingen en niet te vergeten persoonlijke ambities, al dan niet in combinatie met feitelijke en veronderstelde verantwoordelijkheden en al dan niet gecombineerd met de opvattingen van anderen in het speelveld, de raad, het college, de ambtelijke organisatie om het maar dicht bij huis te houden. Maatschappelijke actoren kunnen dat nog versterken. Paul Wouters, één van de inleiders, zei het mooi: “een rol is niet een gegeven die speel je met anderen”. Zou daarin niet de sleutel zitten voor het succes?
Minder op strepen en (veronderstelde?) verantwoordelijkheden gaan staan en meer respect hebben voor opvattingen van de ander? Je kunnen verplaatsen in de ander, besef van je eigen rolopvatting én respect voor de drie invalshoeken die er toe doen, vormen de ingrediënten.
Tsja “de politiek” is ongewis, heeft een eigen dynamiek en is soms dynamiet. Kun en mag je je ermee bemoeien vanuit je professionele rol? Daarbij en het gesprek volgend in de zaal, bleven mij twee dingen bij.
Het eerste was dat het lijkt alsof de afstand tussen de professionals en de gekozenen, groter wordt. Of dat door dualisering komt of niet (nieuwe raadsleden weten niet beter, dus nu echt weg met die term), lijkt mij niet zo relevant. Belangrijker, in mijn ogen, is dat door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, steeds meer zaken uitvoering heten. Daar gaat de politiek niet over, wordt dan gezegd. Daarvoor is de ambtelijke organisatie immers verantwoordelijk? Het uitvoeringsdetail kan echter toch een politiek item worden, zodra het handen en voeten krijgt. De te kappen boom bij het Anne Frank huis zegt genoeg. Daarmee zie je de worsteling bij de raad, en daarmee de facilitering daarvan, gaan we er over of niet? De burger of maatschappelijke groepering spreekt je aan en dan kom je (meestal) niet weg met de opmerking, daar gaan we niet over. Dit in combinatie met de teruglopende deelname aan gemeenteraadsverkiezingen, roept de vraag op over de legitimatie van het raadswerk. En daarmee tekent zich, en ik zie dat ook bij veel gemeenteraden die wij adviseren, de vraag af waarop en op wie de raad zich wil en kan profileren. De natuurlijke neiging en misschien ook een beetje gemakzucht? Is dat de raad zich laat leiden door de bestuurlijke agenda en daarmee alle fricties oproept die daarbij horen. Daar kun je heel druk mee zijn, 20 uur per week is geen uitzondering. Óf gaat de raad zich meer bewegen richting de volksvertegenwoordigende rol, in al z’n nuances, en trekt er op uit? Het lijkt er op dat, in tegenstelling wat ooit werd beoogd met het dualiseringsproces, de raden zich steeds meer gaan bewegen in het bestuurlijke domein en dat mede daardoor wethouders bij bosjes sneuvelen. Dat geeft ongemak, veel bestuurlijke drukte, geknakte ambities of alleen oog voor het haalbare en de maatschappelijke afstand groeit navenant. Hier zou ik zeggen, raad keer terug naar je kernverantwoordelijkheid, namelijk volksvertegenwoordiging, horen en zien wat er in de samenleving speelt en dan je politieke afwegingen maken. Ga er dus op uit, wees herkenbaar voor de bevolking in al z’n schakeringen en leg je oor te luister.
Een tweede gedachte die mij na afloop van het werkatelier, bezig hield was het volgende. Hoe krijg je goede verbinding tussen “hoe het was” en “hoe het wordt”? Het is toch jammer dat bij het aantreden van nieuwe raden, er zoveel collectief geheugen verdwijnt? Hier komen ook de professionals aan bod; zij kunnen immers een belangrijke bijdrage leveren aan continuïteit. Veel gehoord, ook tijdens de bijeenkomst, is dat een nieuwe raad (met veel nieuwe raadsleden?) zo weinig meekrijgt van hoe het was. Dit niet met de bedoeling dat het ook zo moet blijven maar meer als impressie hoe ervaringen met het raadswerk waren zodat de nieuwe raad daar lering uit kan trekken.
Na de hectiek van de (aanloop naar de) gemeenteraad verkiezingen, gaat de bestuurlijke agenda snel de boventoon voeren en de gebruikelijke politieke cultuur wordt dominant. Vandaag hoorde ik een raadslid zeggen, ik was nieuw en wilde veranderingen maar kreeg van mijn fractiegenoot die al lang meeloopt, te horen, zo doen we dat hier niet. Het enthousiasme en de frisse blik waren daarmee verdwenen. De vraag is dus: hoe behoud je aan de ene kant het collectieve geheugen en aan de andere kant de ruimte om kader- of cultuurdoorbrekend te zijn? Want is dat in essentie niet een belangrijk element van politieke opgaven? Natuurlijk is dat een fractieverantwoordelijkheid maar er zijn ook zaken die de raad als collectief raken.
Op de conferentie werden waardevolle suggesties gedaan voor overdracht en continuïteit. Burgemeestersbrieven voorafgaande aan het coalitieproces, bijeenroepen van de lijsttrekkers, overdrachtdossiers, aanreiken van ambtelijke expertise, inwerkprogramma’s en nog zo meer. We zien ook ontwikkelingen dat de huidige raad een soort werkdocument achter laat voor de nieuwe raad met als invalshoek, wat viel mee en wat viel tegen? Belangrijk dat alles maar, in mijn ogen, niet afdoende. De vraag hoe je als raad, in al z’n verscheidenheid, wil opereren komt daarbij niet of minder aan de orde. Het gaat dan om de gebruiken, de instrumenten maar ook om de effectiviteit van het politieke handwerk. Of dat op raads- of fractieniveau moet gebeuren is natuurlijk een vraag. Maar dát het en wel voor de zomervakantie in 2010, moet gebeuren lijkt mij evident. Oude (en soms ongewilde) patronen sluipen snel in en we hebben al bestuurders genoeg!
Het centrale thema zou daarbij moeten zijn: hoe blijf je weg uit de bestuurlijke drukte, behoud het elan en de invulling van je rol naar de samenleving.
drs. Jan Streefkerk mpa, partner Consort
Zeist, 8 oktober 2009


